red: En we hebben weer een brief van de betrekkelijke jonge oosterhouter:

Waarde redactie,

Ik hoop met onderstaande niet uw vaste reporter voor zijn, als ik me niet vergis, met blonde krullen getooide hoofd te stoten. Het is niet mijn bedoeling hem onder zijn veren te schieten maar ik wilde wel een licht contrast brengen aan zijn stuk.

Aldus...

Als de bijeenkomst eenmaal op weg is tel ik zo'n vijftig Oosterhouters in de zaal en vraag me onmiddellijk af hoe veel Oosterhouters er nou werkelijk in deze wijk wonen en hoeveel van de aanwezige Oosterhouters er werkelijk in DEZE wijk wonen. Nog zoiets: de verhouding tussen aan en afwezige inwoners van de wijk Oosterheide schat ik ongeveer dezelfde als die tussen Nederlandse en, noem t even voor de goede orde, buitenlandse Oosterhouters.

Na het betoog van den Burger en co., wat vast zijn er verhalen over drugs, geld, alcohol, asociaal gedrag. Gelukkig hoor ik gemiddeld genomen evenveel positieve verhalen over het werk van, voornamelijk, de politie. Oosterheide, of wat er van aanwezig is, is blij met de bereikte resultaten van de handhavende macht in de wijk. Twee dingen vallen me in die verhalen op. Aan de ene zijde den Burger en die man aan het andere eind van de tafel, die ik, als hij t woord krijgt, veel hoor praten maar eigenlijk niets noemenswaardigs hoor zeggen, die veel willen en vooral veel willen praten. Wat den Burger trouwens betreft, hij is geen onaardig leider in de bijeenkomst maar mag hier en daar wel eens aan zijn houding en woordkeus richting de aanwezigen denken. Aan de andere kant de woorden van de teamchef en zijn wijkagent, die feitelijk niets durven beloven maar zichtbaar dankbaar zijn voor de dank uit het aanwezige publiek.

Er wordt verteld vanuit de aanwezigen en gereageerd van achter de tafel. Er valt geen enkele harde belofte te bespeuren van tussen de lippen van de aangesprokenen. En dan hoor ik het de wijkagent letterlijk zeggen. Vergeef me als het geen letterlijke herhaling van zijn gesproken woorden is. "Ik kan ook niet overal aan toe komen." Korte anekdotes volgen wederom over lege flessen in duistere brandgangen, drugsdealers die de voorruit van een getuige tot een gapend gat reduceren met behulp van een breekijzer, een roker die gevraagd wordt of ie zijn vrouw wel eens in de kont neukt. Inderdaad, meneer de wijkagent, ondanks alles wat de aanwezigen weten aan te dragen aan voorspoed, blijven deze incidenten voorkomen. Met alle respect voor wat je al gedaan hebt in je 40 uurige werkweek, is het misschien een teken aan de wand dat Oosterheide een tweede wijkagent behoeft? Meneer den Burger, criminaliteit slaapt niet hoor.

Als door het tafelcommitee, vrijwel onzichtbaar, de schuld richting de media wordt geschoven, die natuurlijk alleen maar het slechte nieuws brengt (uch), buigt ook de teamchef naar de zijde van den Burger en zijn nietszeggende vriend over. "Als er in Groningen iets engs gebeurt moet ik toch niet bang worden de straat op te gaan?" De gebeurtenissen die, in de afgelopen weken, aanleiding hebben gegeven tot deze bijeenkomst zijn niet in Groningen gebeurt, meneer de teamchef. Ze zijn in Oosterheide gebeurt. En onder haar inwoners zijn er wel degelijk die bang zijn om de straat op te gaan.

Uiteindelijk komen er toch krachtige woorden uit die man links. Gesteund door de stem van den Burger herhaalt hij het voornemen de Bunthoef te veranderen in een plaats voor ALLE jongeren. Leuk, goed initiatief, prachtige droom. Hoeveel jeugd denk je zelf dat er gaat komen met zon reputatie? En het is niet alsof de aanwezigen jou of den Burger vanavond hebben kunnen betrappen op een potentieel succesvol idee om dat toch te realiseren.

Ik ga naar huis.

Rond kwart voor tien vermeen ik wederom het geluid van vuurwerk uit de richting van Oosterheide te horen.
Hopelijk heeft er iemand gebeld. Hopelijk heeft t nut.